De oostelijke mijnstreek zit opgesloten in een overgang

De oostelijke mijnstreek zit opgesloten in een overgang. In een post- dat nu al vijftig jaar duurt. De streek is drie keer mislukt zeg ik altijd. Eerst werden de mijnen gesloten, toen mislukte de herindustrialisatie, vervolgens hebben we verzuimd de luwte die de grote overheidsorganisaties boden, te gebruiken om zelf te ondernemen.

Het falen van de oostelijke mijnstreek zichzelf opnieuw uit te vinden is, om met een van mijn filosofische leermeesters te spreken, overgedetermineerd. Het heeft meerdere oorzaken. Een van de oorzaken ligt in de manier waarop we met de mijnsluiting zijn omgegaan. We hebben verzuimd de mijnen, het werk op de mijnen en de mijnwerkers een waardige plaats te geven in onze herinnering, in de geschiedenis, in onze identiteit. De kaalslag van de mijnzetels demonstreert die onachtzaamheid grootschalig. Wij hebben daarmee onze vader, ooms en grootvaders onrecht aan gedaan. Wij hebben daarmee een collectieve depressie over ons zelf af geroepen die een generatie geduurd heeft. Wij hebben daarmee passieve agressie de kans gegeven zich in onze persoonlijkheden te nestelen. Wij hebben daarmee onze identiteit verzwakt en beschadigd.

De inspanning alsnog een waardige plaats aan de mijnen, het werk op de mijnen en de mijnwerkers te geven in herinnering, geschiedenis en identiteit, wordt breed gedragen. Ex-mijnwerkers spelen daar al sinds een jaar of dertig een centrale rol in. Ze laten niet af. Het is alsof ze aanvoelen dat dat herstel van waardigheid het laatste geschenk is dat ze aan de volgende generaties mee kunnen geven. Sinds een kleine tien jaar krijgen ze daarbij in toenemende steun van anderen, mensen uit die volgende generaties, die in zichzelf de behoefte hebben ontdekt aan dat herstel van waardigheid mee te werken.

Het publieke kunstproject ”Sjtub” schaart zich in de rijen van degenen die aan het herstel van waardigheid voor het mijnverleden werken. ”Sjtub” doet haar herstelwerk in een reeks manifestaties waarin blaasmuziek, de beeldkracht van bewaarde mijnvoorwerpen en teksten met elkaar worden verbonden, in elkaar worden gevlochten. ”Sjtub” doet dat als kunst.

post- is een Sjtubmanifestatie.

De naam post- is een oproep en een belofte. Het is de oproep aan de burgers van de oostelijke mijnstreek om de verandering af te maken, de overgang te voltooien, de streek opnieuw uit te vinden. Het is de belofte aan diezelfde burgers in dienst van die renaissance de transformatiekracht van de kunst te mobiliseren.

Frans Geraedts